Skip to main content

Marketing-blasts — gebruikershandleiding

Deze gids loodst marketing-managers door de volledige Pipelinq marketing-campagneflow: het bouwen van een regel-gebaseerd segment, het schrijven van een compliant template, het inplannen en versturen van de blast, het draaien van een A/B-variantentest, en het bewaken van levering en omzetattributie na de verzending.

De Engelse versie van deze gids staat op marketing-blasts.md.

In één oogopslag

Wilt u …Open dan …
Een doelgroep definiërenMarketing → Segments
Een e-mail/SMS-tekst schrijvenMarketing → Templates
Een campagne versturenMarketing → Blasts → New blast
Een lopende verzending volgenMarketing → Blasts → (uw blast) → Monitor
Resultaten over campagnes vergelijkenMarketing → Blast performance

Alle vijf de schermen staan onder de Marketing-groep in de hoofdnavigatie van Pipelinq. Ze zijn afgeschermd op de marketing-rol (pipelinq-marketing); gebruikers zonder die rol zien de groep niet.

1. Maak een segment met de regelbouwer

Een Segment is een levende, regel-gebaseerde query — geen bevroren lijst. Bij elke verzending wordt het segment opnieuw geëvalueerd tegen de contactgegevens, zodat nieuw toegevoegde of nieuw kwalificerende contacten automatisch meegenomen worden.

1.1 Open de segmentbouwer

  1. Ga naar Marketing → Segments.
  2. Klik rechtsboven op + New segment.
  3. Geef het segment een duidelijke naam (bijv. Gemeente prospects — Zuid-Holland). De naam verschijnt in de wizard New blast en op het performance-dashboard.
  4. Kies het entiteittypeContact of Customer. De beschikbare velden in de regelbouwer veranderen mee.

1.2 Bouw de regelboom

De regelbouwer laat u AND- en OR-groepen van losse predicaten samenstellen. Een predicaat heeft drie delen:

  • Veld — een eigenschap van de gekozen entiteit (bijv. tags, country, lifecycle_stage).
  • Operatorequals, notEquals, in, notIn, contains, gt, lt, gte, lte, between, exists, notExists.
  • Waarde — getypt tegen het JSON-schema-type van het veld. De bouwer weigert combinaties die niet matchen (u kunt bijvoorbeeld geen gt toepassen op een string-veld).

Groepen kunnen genest worden: bijv. (tags contains "vip" AND country = "NL") OR lifecycle_stage in ["customer", "evangelist"].

1.3 Schat de doelgroep

Klik op Estimate size. Pipelinq evalueert de regelboom tegen de huidige contact-/klantenset en geeft een telling terug. De schatting wordt een uur gecached (instellingsafhankelijk) om de register niet te belasten bij snel bewerken-opslaan. Klik Refresh om de cache te omzeilen.

U kunt ook Preview members klikken om de eerste vijftig matchende contacten te bekijken — handig om te controleren of de regels doen wat u verwacht voordat u naar de hele doelgroep verstuurt.

1.4 Sla het segment op

Klik Save. Opgeslagen segmenten verschijnen in de segmentlijst en zijn te kiezen in de wizard New blast. Eén segment kan in meerdere blasts hergebruikt worden.

Tip. Houd regelbomen klein en herbruikbaar. "Duitstalige klanten" en "VIP-klanten" als twee segmenten combineren beter dan één "Duitstalige VIP-klanten"-megasegment.

2. Maak een compliant template

Een Template is de body van een marketing-bericht. Pipelinq ondersteunt twee kanalen:

  • E-mail — HTML- en plain-text-body met onderwerpregel.
  • SMS — één tekstbody, 160 tekens geconcateneerd.

Beide kanaaltypen forceren compliance-checks voordat de template opgeslagen of in een blast gebruikt mag worden (zie Compliance-eisen hieronder).

2.1 Open de template-editor

  1. Ga naar Marketing → Templates.
  2. Klik + New template.
  3. Kies het kanaal (e-mail of SMS).
  4. Geef de template een naam (bijv. Q4 Outreach — Gemeenten).

2.2 Schrijf de body

Het body-veld accepteert standaard merge-velden tussen dubbele accolades:

  • {{contact.firstName}} — de voornaam van de ontvanger.
  • {{contact.organization}} — de organisatie van de ontvanger (indien bekend).
  • {{unsubscribe_url}} — de unieke uitschrijflink voor deze ontvanger (verplicht — zie Compliance-eisen).
  • {{view_in_browser_url}} — de publieke "bekijk in browser"-link.

Voor e-mail vult u daarnaast het veld Subject. Een onderwerpregel langer dan 78 tekens wordt gemarkeerd maar niet geblokkeerd.

2.3 Compliance-eisen

Pipelinq dwingt onderstaande eisen af bij elke save. De template-editor markeert elke eis en weigert opslaan zolang er iets ontbreekt:

KanaalEisWaarom
E-mailMerge-veld {{unsubscribe_url}} in de bodyCAN-SPAM §316.5(a)(3), AVG art. 7 lid 3
E-mailFysiek afzenderadres (straat + stad + land)CAN-SPAM §316.5(a)(5)
E-mailList-Unsubscribe-header (automatisch toegevoegd)RFC 8058 one-click unsubscribe
SMSSTOP-keywordfooter (bijv. "Reply STOP to opt out")TCPA §227(b), AVG art. 7 lid 3
BeideAfzenderidentiteit (organisatienaam)CAN-SPAM §316.5(a)(4), AVG art. 13

Het organisatieadres en de standaard afzenderidentiteit worden eenmaal per instance ingesteld door een beheerder onder Beheerinstellingen → Marketing → Afzenderidentiteit.

2.4 Preview en opslaan

Klik Preview om de template te renderen met sample-contactdata. De preview toont de merge-veld-substitutie, opmaak en het renderen van de uitschrijflink. Klik Save als u tevreden bent. Opgeslagen templates verschijnen in de wizard New blast.

3. Een blast inplannen en versturen

Een Blast is het versturen van één template naar één segment via één kanaal, optioneel ingepland voor een toekomstig moment en optioneel gesplitst in A/B-varianten.

3.1 Open de wizard New blast

Ga naar Marketing → Blasts en klik + New blast. De wizard loodst u door zes stappen. U kunt vrij vooruit en terug; de blast wordt als draft aangemaakt op de laatste stap.

3.2 Stap 1 — Naam

Geef de blast een omschrijvende naam (bijv. Q4 Outreach — Gemeenten). De naam staat in de blastlijst en op het performance-dashboard.

3.3 Stap 2 — Segment

Kies een van de segmenten uit sectie 1. De wizard toont de geschatte doelgroepgrootte zodat u nog een sanity check heeft voordat u verder gaat.

3.4 Stap 3 — Template

Kies een template uit sectie 2. De wizard filtert templates op het kanaal dat u in stap 4 kiest, dus is de lijst leeg? Ga terug en controleer of u een template voor het gekozen kanaal heeft.

3.5 Stap 4 — Kanaal

Kies Email of SMS. Heeft uw instance meer dan één provider ingericht (bijv. zowel SendGrid als SES voor e-mail), kies dan ook de Connector source — de provider die de levering daadwerkelijk verzorgt. Leeg laten valt terug op de standaard.

3.6 Stap 5 — Plannen

Vul een Send at-datum-tijd in. De blast schakelt automatisch van scheduled naar sending op dat moment (de dispatch-loop draait elke vijf minuten). Leeg laten verstuurt direct bij submit op stap 6.

3.7 Stap 6 — A/B-split (optioneel)

Vink Run an A/B variant test aan om de doelgroep over twee templatevarianten te verdelen. Het splitpercentage is het aandeel van de doelgroep dat variant A ontvangt; de rest krijgt variant B. Kies de tweede template in het variant-slot dat verschijnt.

De wizard voert bij submit een consent preflight uit:

  • Het segment wordt opnieuw geëvalueerd voor de actuele ontvangerlijst.
  • Het consent-record van elke ontvanger voor het gekozen kanaal wordt gecontroleerd.
  • Ontbreekt consent voor een of meer ontvangers, dan verschijnt de dialoog Missing consent met drie opties:
    • Cancel — niet versturen, terug naar de wizard.
    • Request consent — start een aparte consent-aanvraag-flow voor de contacten zonder consent; de blast blijft een draft.
    • Skip and send — sluit de contacten zonder consent uit en verstuur naar de rest. De uitgesloten contacten staan in het leveringslog van de blast voor audit.

Bevestigt u, dan wordt de blast aangemaakt als scheduled (bij een toekomstig moment) of gaat direct over naar sending.

4. A/B-test-flows

Pipelinq ondersteunt één A/B-split per blast: twee templatevarianten, één segment, één kanaal. De split staat op stap 6 van de wizard New blast.

4.1 Hoe de split werkt

Zodra de blast naar sending gaat, partitioneert de dispatcher de ontvangerlijst deterministisch:

  • Van het contact-ID wordt een hash bepaald.
  • De hash wordt gemapt op een bucket in [0, 100).
  • Ontvangers in [0, splitPercent) krijgen variant A; ontvangers in [splitPercent, 100) krijgen variant B.

Dezelfde ontvanger valt bij her-evaluatie altijd in dezelfde bucket, dus een gepauzeerde/hervatte blast wijst consistent toe.

4.2 De vergelijking lezen

Zodra beide varianten minstens 100 leveringen elk gestuurd hebben, wordt het tabblad A/B Testing van Blast performance ontgrendeld. Het toont:

  • Open rate van A en B naast elkaar.
  • Click rate van A en B naast elkaar.
  • Een marker voor statistische significantie — groen als een chi-kwadraattest de nulhypothese verwerpt bij p < 0,05, grijs zo niet. Onder 100 leveringen per arm toont de marker insufficient sample.

4.3 Acteren op het resultaat

De winnende variant wordt niet automatisch gepromoveerd — winnaar kiezen is een menselijk besluit. Het gangbare patroon: kloon de winnende template naar een nieuwe "champion"-template en gebruik die als default voor de volgende blast.

5. Levering en attributie bewaken

5.1 Live verzending — Blast monitor

Open vanuit de blastlijst een blast en klik Monitor (of open direct Marketing → Blasts → (uw blast) → Monitor). Het monitorscherm toont:

  • De huidige status van de blast — draft, scheduled, sending, sent, paused, canceled.
  • Live leveringstotalen — in wachtrij, verzonden, afgeleverd, bounced, uitgeschreven, klacht.
  • Een per-levering-log — elke ontvanger met status en tijdstempel.

De totalen blijven actueel via webhook-ingest vanuit de ingerichte provider (SendGrid, SES, Twilio). Webhook-events worden HMAC-geverifieerd voordat ze geaccepteerd worden.

Een lopende verzending stoppen? Klik Cancel. Alle nog niet verstuurde leveringen worden afgebroken; reeds aan de provider overgedragen berichten gaan door. De blast gaat naar canceled.

5.2 Geaggregeerde performance — Blast performance

Marketing → Blast performance is het analytics-scherm na de verzending. Het heeft drie tabbladen:

Tabblad Overview

Een sorteerbare tabel met alle blasts en hun KPI's:

  • Open rate = geopend ÷ afgeleverd.
  • Click rate = geklikt ÷ afgeleverd.
  • Unsubscribe rate = uitgeschreven ÷ afgeleverd.
  • Bounce rate = bounced ÷ verzonden.
  • Complaint rate = klachten ÷ afgeleverd (spam-meldingen).

Sorteer op een kolom om uw beste (of slechtste) campagnes te vinden.

Tabblad A/B testing

De zij-aan-zij-vergelijking uit sectie 4.2.

Tabblad Attribution

Per blast toont Attribution:

  • Attributed deal count — het aantal CRM-deals waarvan de eerste link naar de klant een klik op deze blast was.
  • Attributed revenue (EUR) — de gesommeerde waarde van die toegekende deals.

Attributie gebruikt een first-click-model met een instelbaar attributievenster (standaard 30 dagen). Klikt een ontvanger op een getrackte link, dan koppelt Pipelinq de klik aan de blast. Wordt de organisatie van die ontvanger binnen het venster klant op een deal, dan wordt die deal aan de blast toegerekend.

Het attributievenster wordt per instance ingesteld door een beheerder onder Beheerinstellingen → Marketing → Attributievenster.

5.3 Resultaten exporteren

Zowel het tabblad Overview als Attribution biedt een knop Download CSV voor offline rapportage. De download bevat één rij per blast en één kolom per KPI.

Probleemoplossing

SymptoomWat te controleren
Blast blijft scheduled voorbij de verzendtijdDe dispatch-loop (BlastSendJob) draait elke 5 minuten. Ziet u na 10 minuten nog niets? Vraag uw beheerder het background-job-log te checken.
Veel bounces vlak na verzendingUw contactlijst bevat mogelijk verouderde adressen. Gebruik Delivery log → bounced om ze te identificeren en op te schonen.
Open rate erg laagOpens worden gemeten via een 1×1 trackingpixel; mailclients die remote afbeeldingen blokkeren (vooral Outlook op Windows) rapporteren onder. Click rate is een betrouwbaardere indicator.
Attribution staat op nulAttributie hangt af van click tracking + de klant op de deal die matcht met de organisatie van de blast-ontvanger. Controleer of click tracking aanstaat op de links in de template en of de klant op de deal correct gekoppeld is.
Groep Marketing ontbreekt in de navigatieU zit niet in de gebruikersgroep pipelinq-marketing. Vraag uw beheerder u toe te voegen.

Zie ook

  • Beheerinstellingen voor marketing — Beheer → Instellingen → Marketing (afzenderidentiteit, default provider, attributievenster).
  • De klantportaal-gids voor de uitschrijfflow aan de ontvangerskant: portal-guide.md.